Here you can find our concepts for the future.

Introduction

Carmin Karasic

Play The Future is een twee-jarig project waarin ontwerp, kunst en technologie samenkomen in een visie op de toekomst. Een toekomst met uitdagingen op het gebied van politiek, economie en milieu. Een toekomst die vraagt om intensieve inzet van economische en sociale integratie, vindingrijk gebruik van internet, open data en het internet der dingen. Play The Future initiatieven prikkelde spel en overlap binnen autonome gemeenschappen zoals kunstenaars aan de creatieve kant en hackers aan de technische kant. Al samenwerkend produceerde de deelnemers betekenisvolle en verbeeldingsrijke toekomstscenario's waarin visies rond energie, mobiliteit en gezondheid, de kracht en de hoge kwaliteit van de collaboratie aantoonde.

Tijdens de Dutch Technology Week van 2014 produceerde MAD emergent art center een Play The Future symposium en tentoonstelling en lanceerde en doorlopende e-publicatie. Deze oorspronkelijke e-publicatie presenteert een archief van artikelen en rijke media welke tijdens het verloop van het Play The Future project werden verzameld. Het laatste hoofdstuk is met opzet nog leeg, in afwachting van de inzichten van het Play The Future symposium, Concepten voor Onze Toekomst, waar deelnemers zich richtte op vier thema's: Leven in Creatie, Circulair Leven, Humane Technologie en Digitaal Leven.

Onze e-publicatie zal evolueren met het materiaal dat we verzamelen van voorgaande Play The Future evenementen. Uiteindelijk zal deze publicatie een reflectie zijn van de vele gedachten, discussies en bedachte toekomstvisies welke voortvloeide uit de verschillende Play The Future tentoonstellingen en forumbijeenkomsten. Dit achief dat later dit jaar wordt afgerond, is het startpunt voor het volgende twee-jarige toekomst-visie project van MAD: het vervolg, "Make The Future".

Een Korte Geschiedenis van Scenario's voor de Toekomst / A Short History of Scenarios for the Future

Wiepko Oosterhuis

Zoals met al onze ideeën zijn onze vooruitzichten op de toekomst afhankelijk van ons heden. Door science fiction films uit verschillende tijdperken te kijken, ontdekken we niet alleen hun scenario’s voor de toekomst, maar ook hoe ze de wereld om zich heen waarnamen.

Beginnend met Jules Verne in de tweede helft van de negentiende eeuw, gaan we een wereld binnen waarin alles dat bedacht kan worden uiteindelijk gerealiseerd zal worden. Dit is niet voor niets. Wetenschap en technologie ontwikkelen zich met ongelofelijk hoge snelheid en wat ze bereiken wordt voornamelijk gezien als wonderen. Utopia komt dichterbij.

In de jaren vijftig geloven mensen dit nog steeds. De economie groeit gestaag en technologie is koning. Binnenkort zullen robots al ons werk overnemen en verschaffen ze ons alles dat we maar willen. Het is space age, de tijd van de ruimte, en het dromen van veroveren en koloniseren van andere planeten is normaal.

Na de schitterende jaren zestig veranderen dingen plots. Consumenten zijn niet enthousiast over veel van de nieuwe uitvindingen die bedrijven doen. De economie begint in te zakken en het milieu wordt een issue. Ons ecosysteem is in gevaar vanwege onze technologie.

Deze inzinking bereikt zijn hoogtepunt in de jaren 80. Onze hoop voor de toekomst is veranderd in dystopisch denken. Technologie gaat verder, maar is niet langer een garantie voor een beter leven. Steden zullen drukker worden, de lucht en het water vervuild en middelen zullen schaars zijn.

Enter 2004. Dankzij de computer, internet en mobiele telefoons dromen we weer van technologische utopieën. Dingen kunnen ‘smart’ worden gemaakt. Maar we zijn ook minder zeker van wat dit betekent voor de toekomst. Wordt de wereld beter? En zal het ons ook gelukkiger maken?

Smart City Eindhoven, 'de Slimste en de Gekste' / Smart City Eindhoven, 'the Smartest and the Wildest'

Jelle Groot, planoloog gemeente Eindhoven / urban planning officer Eindhoven municipality

De term Smart City maakt wereldwijd een enorme opmars door. Elke stad wil opeens een smart City zijn. Toch is het geen hip en trendy dingetje, maar staat het symbool voor een paradigma-shift in de ruimtelijke ordening. Waar de term ‘duurzaamheid’ wordt gebruikt voor ongeveer alles wat de wereld toekomstbestendig maakt, brengt ‘Smart Cities’ focus aan op de manier hoe we dat kunnen bereiken. Het smart City denken komt intuïtief voort uit de samenkomst van twee grote bewegingen; de turbulente opkomst van de kenniseconomie onder aanvoering van het almachtige internet en de exponentiële verstedelijking van de wereld. De stad moet daarbij niet worden gelezen als een bestuurlijke eenheid. De essentie is dat de stad de plek is waar eigenzinnige ideeën met elkaar de liefde bedrijven. De stad gaat dus over gebundelde energie en vernieuwing. De stad is bovendien de plek waaromheen we alle stromen van hulpbronnen (zoals energie, water, grondstoffen, voedsel) en diensten (zoals zorg en onderwijs) organiseren. In Smart Cities schuilen dus de oplossingen voor alle grote vraagstukken die kunnen leiden tot een duurzame wereld.

Stedelijke gebieden functioneren primair als een wirwar van ontmoetingsplekken op alle niveaus, van de voortuin waar mensen hun buren ontmoeten tot kenniscampussen waar experts en designers samen lunchen. Ontmoetingen die de basis leggen om samen iets nieuws te beginnen. Het internet brengt dit co-creatieve proces in een stroomversnelling, omdat we alles veel sneller kunnen delen. In essentie was in de industriële economie de kennis en dus de macht gecentraliseerd, in de kenniseconomie wordt door het internet kennis en macht herverdeeld. Flexibele stedelingen komen daarmee aan zet, omdat ze in kennis worden gesteld van de spontane kansen en mogelijkheden in hun omgeving.

Waar de industriële economie nog vooral ging over groei, efficiency en hard werken, lijkt de nieuwe economie steeds meer te gaan over kwaliteit, innovatie en ontplooiing. De ruimtelijke ordening die dit zou moeten ondersteunen is echter nog vooral verworteld met de oude economie. De focus heeft in Nederland decennialang gezeten bij het halen van woningbouwquota’s, projecten strak afbakenen en geld verdienen als water. Planologie werd door de projectmatige hokjesstructuur binnen de overheid genivelleerd tot het stellen van kaders voor vooraf afgebakende gebieden. Gebieden waarvan bovendien de toekomst voor het gros al van bovenaf door strakke sectorale programma‟s was bepaald. Programma‟s die ieder hun eigen logica hebben, maar breng je ze ruimtelijk samen op plekken waar mensen echt wonen, werken en leven dan is de maatschappelijke meerwaarde veelal minder dan de som der delen. Zo is er in fysieke zin stelselmatig veel stad gemaakt, maar moeten we ons afvragen of die fysieke stad nog de continu veranderende maatschappelijke vraag kan accommoderen.

In een smart City zou planologie idealiter niet meer door overheden moeten worden gebruikt om achteraan het proces goed te praten wat scheef is. Ook is het onzinnig om planologie te gebruiken om op moment x vergezichten te maken die door tijd (en de veranderende vraag) toch zullen worden ingehaald. Een echte Smart City gebruikt de kracht uit de stedelijke samenleving en wordt daarbij geholpen doordat we steeds meer van elkaar weten. Planologie in een Smart City zal dan ook steeds meer gaan over een interactief proces van ontwerpend onderzoek. Anders gezegd gaan we steeds vaker een extrovert proces aan van kijken, kennen, kunnen en kiezen op alle schaalniveau’s alvorens we ieder voor zich een meer introvert proces volgen van plan, do, check en act.

Planologen en stedenbouwkundigen zijn daarbij in essentie stadsanalisten en ontwerpers die de samenhang der dingen onderzoeken en de vraag achter de vraag doorgronden. Zij hebben de capaciteit om in een iteratief en interactief proces op zoek te gaan naar de kleuren van de stad en het opsporen van de latente energie in de samenleving. De Smart City werkt dus niet sectoraal of gebiedsgericht, maar ‘potentie-gericht’. Het kent overheden die op gelijke voet staat met de gemeenschap, los van bestuurlijke grenzen en afbakeningen. Weg van top-down versus bottom-up discussies, vormt de stad een ‘cloud’ of een ‘daily urban system’, waarbinnen collectieven kunnen ontstaan.

Collectieven die geholpen worden door ontwerpdisciplines, om een stap verder te komen. Ontwerpers weten namelijk als geen ander bruggen te slaan en buiten de gebaande paden te denken. Ze kunnen inspiratie brengen, mensen aan het denken zetten en daarmee activeren. Dat betekent ook van ontwerpers een mentaliteitsomslag. De oude attitude van architecten en stedenbouwkundigen “we weten wat goed voor u is”, was al vervangen door een attitude van “we denken met u mee”. In een echte Smart City gaat dat een stap verder, daar geldt de attitude “we zetten u aan het denken”.

Basis voor al deze veranderingen vormt de stad zelf. Eindhoven heeft daarin een streepje op de rest, omdat het de ‘slimste’ en de ‘gekste’ tegelijkertijd is. Het is de slimste door haar indrukwekkende ecosysteem van samenwerkende hightech bedrijven, kennisinstellingen en overheden, beter bekend als Brainport. Het is ook de gekste, dat ruimte geeft aan dwarsdenkers, designers en artiesten en mensen voortbrengt als Piet Hein Eek, John Kormeling, Theo Maassen en Armand. Eindhoven kent een energieke samenleving van alfa’s en beta’s, die technologie zien als een kans. De stadsregio is bovendien een knooppunt van stromen door haar zeer centrale ligging in Europa en biedt een verscheidenheid aan ruimtelijke milieus.

De gemeente Eindhoven is zover nog niet, maar is wel hard op weg. De gemeente werkt bijvoorbeeld aan minder regels, regels die tot dusver altijd sectoraal waren bepaald en waarin alles werd vastgelegd van structuur tot stoeptegel. Een goed voorbeeld is het beleidsstuk ‘Eindhoven op weg’, waarin sterk afgebakend verkeersbeleid wordt vervangen door een grofmazige stadsbreed gedeelde visie op de openbare ruimte en een parallelle denktank op het gebied van ‘smart’ mobility. Eindhoven gooit bovendien hoge ogen met haar lichtvisie. Niet langer wordt straatverlichting projectmatig aanbesteed, maar wordt gewerkt aan het aanbesteden van ‘leefbaarheid’ aan multidisciplinaire teams. De stad heeft er bovendien ook voor gekozen om te werken met de ‘The Natural Step’, waardoor partijen uitgedaagd worden op een veel creatievere manier om te gaan met onze natuurlijke hulpbronnen. Al deze slimme roadmaps hebben in ieder geval gemeen dat ze uitgaan van de kracht van de stad zelf. Tijd om hier werk van te maken, het gesprek aan te gaan, cross-verbanden te leggen en stadslabs op te richten. Wie doet er mee?

Datagrove

Future Cities Lab ­ Jason Kelly Johnson & Nataly Gattegno / Website

Bioart: Performance in Transformation

Robert Zwijnenberg

Ontwikkelingen in de bio-wetenschappen kunnen enorme gevolgen hebben op ons dagelijks leven en onze samenleving. Denk aan genetische selectie, preventieve medicatie en aanpassingen van de mens die onze kijk op gezondheid, moraliteit of menselijk lijden beïnvloeden. Deze ontwikkelingen hebben ook economische en financiële gevolgen. De bio-wetenschappen drukken steeds meer een stempel op ons beeld van wie we zijn, wat we willen behouden en willen worden. Het is dus geen verrassing dat een groeiend aantal kunstenaars zich toeleggen op bio-wetenschappen in de zogenaamde bio-kunst. Hoe ze dit doen is zelf een vraag die onderzocht moet worden.

Robert Mitchell (Bioart and the Vitality of Media, 2010) onderscheidt twee artistieke tactieken welke bio-kunstenaars gebruiken. In de profylactische tactiek gebruiken kunstenaars тАЬniet-biotechnologische media zoals tekeningen, sculpturen of fotografie om aspecten van biotechnologie te re-presenterenтАЭ. Vitalistische bio-kunst aan de andere kant, wordt geproduceerd in het laboratorium, met gebruikmaking van bio-technische materialen en instrumenten (DNA, weefsel, bloed, bacteriën of hogere organismen als muizen, vlinders of konijnen). Een gemeenschappelijke factor hiervan is de ethische dimensie vanwege de gebruikte materialen en de omgeving waarin het werk ontstaat. Bovendien wordt bio-kunst vaak gemaakt in samenwerking met bio-wetenschappers, wat betekent dat de kunstenaars de geldende regels en procedures in een laboratorium moeten volgen.

De paradox van bio-kunst
Met deze tactieken in gedachten borrelen verschillende vragen op. Is het aanvaardbaar voor kunstenaars om hetzelfde te doen als bio-wetenschappers en zijn de zelfde ethische standaards van toepassing? Hebben kunstenaars de zelfde verantwoordelijkheid als bio-wetenschappers voor het gebruik van levende materialen. Waarom is bio-kunst een kunstvorm als het enkel herhaalt wat bio-wetenschappers doen? En welke nieuwe elementen voegt bio-kunst toe aan het publieke en wetenschappelijke debat over bio-wetenschap? Deze vragen beantwoorden roept een paradox op: kunstenaars dienen een kritische afstand te bewaren, wat misschien onmogelijk wordt als ze de zelfde regels moeten volgen als wetenschappers en niet mogen doen wat wetenschappers niet mogen doen.

Tweekoppige Zebravis

Hoewel het project de kloof bloot legt tussen lab ethiek en dagelijkse ethiek, in het werk zelf onderzoekt Zaretsky de grenen en implicaties van lab ethiek. De kracht van Zaretsky's project ligt juist in het feit dat de invalshoek van de kunstenaar een kijkje vanuit de binnenkant is. Door letterlijk met de biotechnologische praktijk te hanteren, kan hij onderzoeken en blootleggen wat de ethische en esthetische begrenzingen zijn van deze praktijk: de verborgen verlangens, de zorgen en verwachtingen.

Zaretsky schept in zijn werk geen bulk-goed. De materiële en non-materiële resultaten van zijn werk hebben alleen een functie en betekenis in het kader van zijn interventies in het lab, zijn optreden. Een optreden kan niet worden omgevormd tot een verhandelbaar goed, want het verstorend, dubbelzinnig en vooral vluchtig. Het antwoord op de vraag hoe kunst gemaakt in een laboratorium een transformatieve kracht binnen het systeem van regels en procedures lijkt dus te zijn: door optreden.

Reflectie als een element van bio-kunst
In de praktijk betekent dit dat bio-kunstenaars een moeilijke taak hebben zich een grote mate van vrijheid te verwerven in een lab zonder de regels te schenden. Natuurlijk kan een kunstnaar ook in eigen artistiek laboratorium werken. Maar dat betekent dat elke transformatorische kracht van een werk van begin af aan wordt geneutralieerd door het feit dat het artistieke lab buiten de sfeer van de bio-wetenschappen ligt. Een andere oplossing is om de onafhankelijkheid van een artistiek project in een lab te garanderen door het vooraf door een ethisch committee te laten beoordelen. Het voor de hand liggende gevaar daarbij is dat elke transformatorische kracht op voorhand wordt afgezwakt uit angst de regels te schenden.

Naar mijn mening bieden geen van deze twee oplossingen een voordeel voor bio-kunst. Deze kunstvorm heeft daarentegen voortdurende reflectie nodig op de ethische dimensies en tegenstrijdige aard van de specifieke methodes en locatie van productie. Deze reflectie moet ingebouwd te zijn in het bio-kunst porject zelf, wat het urgnetie en relevantie geeft als kunst. Alleen met deze reflectie kan vorm en substantie worden gegeven aan de onderscheidende kwaliteiten van vitalistische bio-kunst als een beoefening van biotechnologische toepassingen, met behoud van haar transformatieve kracht binnen die praktijk.

About Autarky

Hans Konstapel

Het aantal lokale energie-coöperaties in Nederland neemt toe. Dat heeft te maken met de prijsdaling voor zonnepanelen, maar er is meer aan de hand. Lokale energie-bedrijven zijn een onderdeel van de Autarkie-beweging. Autarkie is de eigenschap voor zichzelf te kunnen zorgen. Het woord 'autarkie' komt uit het Grieks αὐτάρκεια (autárkeia), afgeleid van αὐτός (autós) = self en ἀρκέω (arkéo) waarvan de passive vorm 'verzorgen' of 'bevredigen' betekent, met andere woorden: 'op eigen kracht'.

Fractaal menselijk energie distributienetwerk

De behoefte om zelfvoorzienend te worden heeft zeker te maken met de huidige economische, ecologische en energiecrisis. Mensen zijn bang dat de aanvoer van essentiële energie en voedsel plotseling kan stoppen of uitzonderlijk duur wordt. Maar dat is niet de enige reden.

Sommige mensen vinden dat we geld, voedsel en energie verspillen door de productie van wegwerp goederen waarbij de verpakking soms belangrijker is dan de inhoud. Ze willen meer duurzame producten en diensten. Maar dat is niet de enige reden.

Sommige mensen vertrouwen geen vertrouwen meer in de leveranciers van hun en energie, hun politici en/of beheerders van hun spaargeld, de banken. Ze geloven dat hun voedsel met opzet wordt gemanipuleerd, hun spaargeld verkwist, hun land verkwanselt aan de rijken en hun milieu verpest om een simpele reden: hebzucht, het tegenovergestelde van 'genoeg'.De mensen van de autarkie-beweging willen zelf de benodigde functies scheppen (bank, energie, voedsel, werk, gezondheidszorg, bestuur) op een coöperatieve manier in hun eigen leefomgeving.

Atmosferisch energie diagram

De lokale coöperaties verbinden nu met elkaar op een hoger (meest nationaal) niveau en hebben behoefte aan een gelijktijdig gedeelde infrastructuur. The huidige infrastructuur ondersteund geen stromen tussen meerdere deelnemers (zogenaamde peer-to-peer netwerken). Het huidige systeem is een hiërarchisch van boven opgelegd systeem met enorme snelwegen die verbonden zijn met grootschalige productiefaciliteiten. Dit maakt het onmogelijk om materialen en diensten samen te brengen en te peer-to-peer delen op lokaal niveau.

De elektrische snelweg

Het 'van bovenaf' systeem heeft globale markten geschapen waar de lokale producten aan de hoogste bieder verkocht worden. De wereldmarkten zijn de speelplaats voor gevorderde speculanten die er veel geld mee verdienen. Nadat de koop gesloten is, wordt de locale productie afgevoerd naar verre bestemmingen. Daarom zijn deze 'van bovenaf' systemen nauw verbonden met de wereldwijde logistieke systemen.

Als we alle lokale initiatieven willen coördineren dan hebben we uitgebreide systemen nodig voor invoeren, uitvoeren, beheren, voorspellen, verbinden, delen, en balanceren van essentiële middelen op de korte en lange termijn.

De Panarchie cyclus van een ecologie

Voorbeelden van dat soort systemen zijn: 'crowd funding', virtuele energiecentrales en kasbeheer (balanceren van vele kleine hoeveelheden geld op korte en langer termijn). In de natuur vinden we vergelijkbare (fractale) distributiesystemen zoals onze longen, bloedvaten, rivierdelta's, het weer en eco-systemen.

Al deze fysieke stroom systemen, die van-1-naar-veel of van-veel-naar-1 verbinden, zijn gebaseerd op de derde wet van de thermodynamica.

Virtuele energiecentrale

In de filosofie van de Stoïcijnen en Cynici in het oude Griekenland, was de perfectie mens niet alleen 'arete' (algemeen begaafd) maar ook zelfvoorzienend in eigen behoeften. Arete was verbonden met het hele leven als een burger van een stad.

Later hebben Spinoza ('Over vrijheid van de mens'), Rousseau en David Thoureau (Walden) hun eigen autarkische filosofie ontwikkeld.

Autarkie was het ideaal van een complete mens die niemand anders or enige (externe) organisatie nodig had. Dit ideaalbeeld is ook terug te vinden in Zen Buddhisme, Taoïsme en vroege Christenen (Nazareners), de katholieke Franciscaner order en protestantse Quakers.

In werkelijkheid is het bijna onmogelijk volledig zelfvoorzienend te zijn als een individu. We hebben anderen nodig als kind, zieke of bejaarde en we hebben anderen nodig omdat we gespecialiseerd zijn (getalenteerd). Autarkie is een haalbaar doel voor kleine gemeenschappen.

Middelen balanceren in de natuur (longen, rivierdelta)

De religieuze, culturele en linkse en rechtse politieke bewegingen hebben allemaal het 'goede leven' ('rustig leven') als doel en komen samen in de beweging van de Culturele Creatieven. De Culturele Creatieven vormen een nieuwe elite die beweegt naar de EN-toestand (links EN rechts).

De Stoïcijn Zeno toont de deur naar Waar en Onwaar



Autarkie is altijd een belangrijk politiek doel geweest van naties. Autarkie gaat over de mogelijkheid van controle over de eigen toekomst en onafhankelijkheid van andere krachten die afhankelijkheid zouden kunnen gebruiken om te dicteren wat je doet om te voorzien in wat je dringend nodig hebt.

Op dit moment wordt het tekort aan fossiele , in het bijzonder olie en gas, gebruikt om het beleid in andere landen te sturen en het is een bron van locale conflicten in het Midden Oosten.

China koop allerlei essentiële materialen op om te verzekeren dan hun economie niet afhankelijk wordt van anderen. Als ze daarin slagen en niemand let op, dan worden zij de dominante wereldmacht.

Het bereiken van een toestand van locale autarkie, tevreden zijn met wat je eigen omgeving biedt, is het doel geworden van de wereldwijde duurzaamheidsbeweging.

Totale autarkie is mogelijk wanneer je wil leven als een stoïcijn of overlever. De meeste mensen zouden genoegen nemen met een eenvoudiger leven, zonder aansluiting op centrale voorzieningen in passieve woningen die gebruik maken van hernieuwbare energie.


Volkstuinen

Anderen beginnen een moestuin op hun eigen erf, sluiten zich aan bij een volkstuin of gaan terug-naar-het-land om duurzame landbouw te beoefenen. Om hun overschotten en tekorten te verwerken worden locale onafhankelijke markten opgezet en wordt gebruik gemaakt van alternatieve betaalmiddelen.

Het streven naar (regionale) autarkie drijft de noodzaak op een hoger niveau te innoveren, want niet alle regio's hebben de juiste materialen, kennis en ervaring met het realiseren van wat iedereen nodig heeft. Om te komen tot werkelijke autarkie moeten productie en consumptiesystemen gebaseerd zijn op eenvoudige concepten en onderdelen die universeel beschikbaar zijn. Eenvoudige concepten en concepten die makkelijk gekopieerd kunnen worden.

De enigen manier om eenvoudige en complexe concepten te combineren is gebruik te maken van het zelf-referentie concept (fractalen). De enige manier om gebruik te maken van universeel beschikbare onderdelen is het toepassen van de eenvoudige bouwstenen uit de natuur. Een goed voorbeeld is de toepassing van algen in voedselproductie.

Het concept van autonomy speelt niet allen een belangrijke rol op vele niveau's in mensen (individueel, organisaties, naties) en dieren (competitief versus collaboratie (mieren)) gemeenschappen. Het is ook een belangrijk onderwerp van onderzoek in (tweede-orde) cybernetica (besturingstheorie).

Zelf-reproducerende fractale systemen

Tweede-orde cybernetica betreft het besturen van systemen van systemen (meta-systemen). Hiërarchie is niet de oplossing voor dit probleem modat het leidt tot het logische probleem van oneindige regressie ('schildpadden op schildpadden op… tot op de bodem').

Dit meta-systeem controleert, reproduceert en balanceert zichzelf met een fractale terugkoppelingscyclus die vooruit gaat (consumptie) en achteruit (productie).


Het concept van zelf-reproductie heet autopoiesie of autocatalyse. De Cradle-to-Cradel ontwerpfilosofie is een goed voorbeeld van autopoiesie.

Een autarkisch systeem in op al haar niveau's in staat tot zelf-reproductie.

Als een mens zelfvoorzienend wil worden dient deze de eigen talenten te accepteren en ontwikkelen en complementaire mensen te vinden om een zelf-reproducerende eenheid te vormen.

De kleinste zelf-reproducerende eenheid in de menselijke samenleving is een gezin in een woning. Dit huis dient dan meer dan genoeg energie te produceren, met een tuin die meer dan genoeg voeding produceert voor het gezin.


Tuinstad (Culemborg, Nederland)

Wanneer alle zelf-reproducerende gezinnen/huizen en tuinen worden samengevoegd in een kleine stad, is de kans groot dat de gecombineerde talenten van de gezinnen kunnen voorzien in alle professionele behoeften, wanneer de inwoners een eenvoudig leven willen leiden.

Het is ook mogelijk dat de overschotten en tekorten van deze gezinnen gecompenseerd kunnen worden door het vormen van een markt op het niveau van een kleine stad of op een niveau hoger: de regio.

Een autarkische beweging wordt een agressief competitief nationalistische beweging wanneer de burgers vinden dan hun natie wordt geplunderd door buitenstaanders en hun leiders beloven het allemaal terug te halen door het territorium ('lebensraum') te veroveren dat nodig is om alles te mogelijk te maken.

Dit is wat gebeurde in Duitsland ter voorbereiding van een oorlog na de enorme herstelbetaling van 132 miljard in gouden Marken aan de winnaars van de Eerste Wereldoorlog.

De autrarkische beweging kan ook een vreedzame coöperatieve sociale bewegen worden zoals de beweging van Gandhi in India, wanneer de bevolking het goede leven dat ze al hebben accepteren en hun overschot willen delen met andere minder bedeelden.

Wanneer je een autarkie wilt oprichten of wanneer je denkt anderen daarbij te kunnen helpen, sluit je dan aan bij deze LinkedIn groep .

Verwijzingen
(veelal Engelstalige artikelen)

Dutch Report about Local Energy Companies (in Dutch)
About the house that produces his own energy (Passive House)
The Complete Book of Self Sufficiency
About Close-Loops Systems
About Smart Grids
About Fractal Distribution Systems
Jerry Rifkin: About the Distributed Economy
The John Seymour School for Self Sufficiency
About Entrainment

About the EU Policy of Smart Specialization of Regions
About Darwin and Collaboration 
About Artificial Life
About Smart Technology
About the Thermodynamics of Living Systems
About Worldviews (How to find Complementary People)
A City is an Organism
About the Viable Systems Model of Stafford Beer
About Garden City
Gandhi’s view on Capitalism
The Autarkic Dreams of Germany

Nike+ Collab: Paint With Your Feet

YesYesNo in collaboration with DualForces and Nike / Website

De Toekomst van Kunst-Wetenschap Samenwerking / The Future of Art-Science Collaboration

Jacco van Uden, STT Netherlands Study Center for Technology / The Hague University of Applied Sciences

Een groeiend aantal wetenschappers en kunstenaars zijn diep ongelukkig met het nog steeds heersende beeld dat kunst en wetenschappen grotendeels los van elkaar of zelfs tegenover elkaar staan. Een beeld dat we tegenkomen en wordt bevestigd op allerlei niveau: institutioneel, in het onderwijs, sociale status en zo verder.

Deze ongelukkige wetenschappers en kunstenaars bepleiten niet alleen dat wetenschap en kunst enorm kunnen profiteren wat wat тАШde andere zijdeтАЩ heeft te bieden, maar velen stellen ook vragen bij de vooronderstelling dat we te maken hebben met fundamenteel verschillende interessegebieden.

Het verlangen naar de her/vereniging van kunst en wetenschap baarde een groot aantal zogenaamde kunst-wetenschaps-collaboraties. Deze initiatieven worden vaak met groot enthousiasme ontvangen.

Maar wat moeten we nu met die kunst-wetenschap collaboraties? Wat is de redenering daarachter? Welke resultaten kunnen we verwachten? Hoe meet je het succes van dit type samenwerking? En hoe zorg je dat ze werken?

In oktober 2013, was een week-lange Lorentz Center workshop gewijd aan het verkennen van de toekomst van kunst-wetenschap collaboraties. Het doel van de workshop was niet zo zeer in te gaan op de details van bepaalde projecten maar richtte zich op het samewerken zelf. De organisators van de workshop veronderstelden – en kenden soms uit eigen ervaring – dat goede bedoelingen alleen geen garantie geven voor succesvolle kunst-wetenschap projecten. Kunst-wetenschapscollaboratie is, zoals elke andere vorm van samenwerking, veel werk.

De workshop organisators nodigden 30 kunstenaars, wetenschappers en geleerden uit te spreken over kunst-wetenschapscollaboraties, te reflecteren op hun persoonlijke ervaringen en samen te verbeelden hoe de toekomst van dit fenomeen er uit zou zien.

De korte publicatie The Future of Art-Science Collaboration bespreekt de uitkomsten van die workshop. Het beoogt een referentie te zijn voor kunstenaars en wetenschappers die willen samenwerken en biedt hen de gelegenheid zich op de hoogte te stellen van de тАШbeheerтАЩ aspekten van hun voorgenomen project.

The Future of Art-Science Collaboration is niet een onbuigzame тАШhow toтАШ gids. De workshop onthulde juist dat de diversiteit van collaboraties enorm is. In termen van de eigen aard van de projecten,maar ook van doelstellingen, niveau van intensiteit van samenwerking, aantal contacturen, hiërarchische verhoudingen en zo meer, zien de projecten er allemaal verschillend. Terwijl het boek gemeenschappelijkheden bekijkt, komen ook verschillen en mogelijkheden aan de orde. Het legt geen uniform model op aan deze diversiteit.

In In The Future of Art-Science Collaboration komen vier aspecten aan de orde: motieven voor kunst-wertenschapscollaboraties, samenwerkingsmodellen, defenitie van succes en organiseren voor succes.

De Future of Art-Science Collaboration workshop was een gezamenlijk initiatief van Jacco van Uden (STT Netherlands Study Centre for Technology Trends), Robert Zwijnenberg (Leiden University Institute for Cultural Disciplines / Arts & Genomics Centre), Lucas Evers (Waag Society), Joost Rekveld (ArtScience Interfaculty, Louise Whiteley (Medical Museion, University of Copenhagen), Edwin van der Heide (Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) en Martijntje Hallmann (Rijksakademie van Beeldende Kunsten)

Workshop deelnemers:
- Suzanne Anker
- Kat Austen
- Pieter van Boheemen
- Howard Boland
- Louis Buckley
- Crystal Cambell
- Boo Chapple
- Daniela De Paulis
- Anna Dumitriu
- Bas Haring
- Denisa Kera
- Petran Kockelkoren
- Svenja Kratz
- Frank Kresin
- Maarten Lamers
- David Laurier
- Olga Mink
- Kianoosh Motallebi
- Manon Parry
- Bradley Pitts
- Ingeborg Reichle
- Taco Stolk
- Sabine Wildevuur
- Agnieszka Wolodzko

The Future of Art-Science Collaboration kan gratis worden gedownload van : www.stt.nl(verwachtte publicatiedatum: juni 2014)

Artspace Flipside

Luk Sponselee

Artspace Flipside is een kunstenaarsinitiatief in een volkswijk in noord-Eindhoven. Flipside omvat verschillende atelierruimtes, polyvalente zalen, dans- en geluidsstudio's, werkplaatsen, een galerieruimte en repetitieruimtes. Flipside is in eerste instantie gestart uit de behoefte om een vrij-zone te creëren, waar verschillende disciplines naast en met elkaar werken en uit een onbedoelde interactie vernieuwende projecten, kunstwerken en ideeën laten ontstaan. Op dit moment zijn er 15 creatieven als vaste huurder actief in het gebouw, er is nog ruimte voor extra ateliers en de maximum capaciteit gebruik van het gebouw bij lange na nog niet bereikt. Artspace Flipside is gelegen in een van de noordelijkste wijken van Eindhoven. Vaartbroek/Heesakkers, aan het einde van buslijn 4, is een zogenaamde krachtwijk en kent een grote diversiteit aan bewoners. Aan de oost- en noordrand van de wijk, tegen de groene Dommelvallei, bevinden zich de duurdere koopwoningen. 96% van wijk is in bezit van Woonbedrijf en dit betreft voornamelijk sociale woningbouw. Naast de traditionele Nederlandse bevolking vinden we ook bewoners van Surinaamse, Indonesische, Turkse en Marokkaanse afkomst. De wijk is gebouwd in de late jaren zestig en kent de typische rijtjes eengezinswoningen. Met enkele hoogbouwprojecten en duplex units, een park in het midden van de wijk en een klein winkelcentrum met de grote supermarktketens om in de basisbehoeftes van de wijkbewoners te voorzien is de wijk zoals de suburbs, die we overal in Nederland aantreffen. Onderzoek heeft aangetoond dat de bewoners een 7 op 10 in woontevredenheid geven. Op kunstzinnig gebied gebeurt er heel weinig, behalve de bibliotheek en Flipside.

Sinds 2007 is stichting 6e Kolonne, de overkoepelende organisatie, neergestreken in Vaartbroek en heeft Artspace Flipside opgericht om, in samenwerking met woningcorporatie Woonbedrijf, een plaats te creëren waar kunst en cultuur samen met de bewoners van de wijk een plek kunnen krijgen. Een groot deel van de voormalige autogarage, postkantoor en keuken-badkamerwinkel is omgevormd tot een galerie en werkplaats voor kunstenaars. Het complex herbergt ook nog een buurtcentrum en bibliotheek. Vanaf het begin is de ruimte gebruikt als werkruimte voor kunstenaars, designers en muzikanten, expositieruimte en een zaal voor optredens en performances. De afgelopen jaren is Flipside verworden tot een ruimte waar de buurt en winkeliers van het aangrenzende winkelcentrum te weinig gebruik maken van de diverse mogelijkheden van het gebouw. Een wijnproefavond, buurtvergaderingen, creatieve kindermiddagen (onder de naam Flipkids), oriëntaalse dans, exposities met hobbykunstenaars uit de wijk, educatie en discipline workshops voor opstandige jeugd behoren naast het kunst en cultuur programma tot het palet van gebruik. Artspace Flipside is, en wil dat ook blijven, naast de steeds frequentere buurtactiviteiten een productie- en expositiepodium voor beginnende professionele kunstenaars en een onderzoeksruimte voor gevorderde kunstenaars. Met nadruk willen we ons blijven concentreren op de professionele kunsten om zodoende de buurtbewoners op professioneel niveau te blijven inspireren en confronteren om een dialoog aan te gaan.

De rol van Artspace Flipside, binnen het cultureel ecosysteem van de stad, is in de loop der jaren ook veranderd: van puur tentoonstellen en presentatie is het meer een productiewerkplaats geworden. Mede door het aanbod in Eindhoven zelf is onze rol als puur presentatiepodium omgevormd naar productieplaats. De ligging van de galerieruimte, op de route van wijk naar supermarkt en naast de bibliotheekingang, met grote raampartijen, vroeg om een andere benadering. Voor de voorbijgangers is een expositie te statisch en na een paar keer langslopen niet meer aantrekkelijk. Door de galerie als atelier en werkplaats te gebruiken ontstaat een meer dynamisch gebeuren, met een constant veranderende inrichting gedurende een werkperiode, en dit trekt meer aandacht van de wijkbewoners. We zien dat de voorbijgangers veel meer naar binnen kijken en zelfs de kunstenaars aanspreken. In sommige gevallen willen ze zelf bij een opening aanwezig zijn.

We willen deze lijn door zetten op verschillende niveaus. Alleen lopen we hier tegen een aantal praktische, voornamelijk financiële problemen aan. Afgelopen jaren heeft Woonbedrijf een ton geïnvesteerd om verschillende ruimtes een grondige opknapbeurt te geven en het gebouw een betere interne logistieke routing te geven om het gebruik te maximaliseren. Via het Prins Bernard Buurt Cultuurfonds hebben we financiering gekregen om apparatuur aan te schaffen en inrichting te verbeteren zoals balletvloer en spiegels voor de danszaal en 2 repetitieruimtes voor bands.

Op stapel staan de realisering van een professionele keuken, opknappen van het bar- en ontvangstgedeelte, de concertzaal en vide/galerie. Op onze wenslijst staan ook een goed uitgeruste knutselruimte voor jongeren uit de buurt, een wijkkrant (i.s.m. bewoners/winkeliers/sociaal werk) en vergroening van het pand door zonenergie, groene daken en andere energiebesparende oplossingen in te zetten.

Artspace Flipside heeft een voorbeeldfunctie in de wijk. Dit willen we verder uitbouwen samen met de buurtbewoners. Onze prioriteit is het realiseren van de keuken. Hier kunnen workshops op culinair gebied plaatsvinden, en de buurtbewoners kunnen koken voor hun buren. De keuken en vide grenzen aan de galerieruimte en hiermee hopen we een dialoog met de kunstenaar die er werkzaam is en wijkbewoners op gang te brengen. Ook bij exposities komen de wijkrestaurantbezoekers, op een terloopse wijze, in aanraking met de kunsten. Met verschillende projecten uit het verleden hebben we gezien dat deze formule goed werkt en gesprekken oproepen. De wijk begint te wennen aan de 'onbegrijpelijke' activiteiten van Flipside en kan waardering opbrengen voor onze inzet. Na 7 jaar hebben we een zekere vaste waarde in de wijk. Met nog zeker 8 jaar te gaan, voordat er over nieuwe plannen gedacht gaat worden, ligt er een interessant traject voor ons.

Protei

Cesar Harada / Website



Symposium: Concepts for Our Future

Diverse bijdragers / Multiple contributors

Make the Future
Wat is Make the Future?

De toekomst zelf maken. Dat is de missie van MAD. Door kunstenaars, wetenschappers en techneuten samen te brengen willen we mensen inspireren en stimuleren om de toekomst mee te ontdekken. Want meedenken en doen geeft een gevoel van creatieve vrijheid. Door deze samenwerking ontstaan nieuwe, waardevolle ideeën en oplossingen waardoor jij en ik beter in staat zijn om onze talenten te ontwikkelen en gebruiken.

Alle nieuwe ontwikkelingen hebben een grote invloed op het dagelijks leven. Kijk maar eens om je heen: de wereld verandert in een record tempo. Niet iedereen is even enthousiast over die veranderingen. Voor sommige mensen gaat het veel te snel of is het allemaal te ingewikkeld. Zij dreigen daardoor buitenspel gezet te worden.MAD speelt hier op in met het programma Make the Future. Samen met kunstenaars, ingenieurs, vormgevers en wetenschappers ontwikkelen we toekomstmodellen waarin we deze groep mensen de hand reiken en meenemen op het pad van de toekomst.

Het Make the Future programma brengt de gedroomde toekomst en de actuele werkelijkheid dichter bij elkaar. Het programma wil ontwerpen, fantasieën en dromen op een interactieve manier zichtbaar en tastbaar maken en daarmee een breed publiek inspireren om mee te doen. Rode draad van het Make the Future programma is het 'maken'. Alle projecten van MAD, ook die waarbij we als partner of producent optreden, gaan over het maken.

Maken is het gericht zijn op concrete resultaten. Zowel in onderzoekend ontwerpen als in experimenteren. De wereld van morgen heeft meer makers nodig die door het ontwikkelen van een doe-het-zelf cultuur veranderingen tot stand brengen in de voedselketen, de industrie, duurzaamheidspraktijk, onderwijs, participatiesamenleving, mobiliteit en meer.

Make the Future is het logische gevolg van Play the Future. Programmaonderdelen zoals de Hackathons, Maker Faires, Fablabs en Maker- en Hacker Spaces worden verder uitgewerkt tot nieuwe formats die grotere groepen mensen moeten gaan bereiken. Dat betekent dat we samen met kunstenaars, wetenschappers en andere partijen doorgaan met ontwikkelen en onderzoeken.

Life in creation


Kun jij alles maken wat je echt nodig hebt? Een huis bouwen? Groenten kweken? Kleren en meubels maken? Apps en machines bouwen?

Waar ligt voor jou de grens van zelfvoorzienendheid? Wat ben je bereid om zelf te creëren in plaats van te consumeren?

Life in creation gaat over ontwikkelingen zoals de de DIY (do-it-yourself) beweging, urban farming, crowdsourcing, 3D printers, open source design en software, bottom up innovatie. Mensen nemen zelf en in samenwerking het heft in handen om te creëren wat er nodig is – vaak de-centraal en op eigen initiatief.

Circular life

Kun jij leven zonder een spoor na te laten? Zonder dat je grondstoffen gebruikt die nooit meer opnieuw te gebruiken zijn? Kun jij jouw bestaan groen en duurzaam laten zijn, zodat je de planeet niet opmaakt?

Ben jij bereid om jouw manier van leven aan te passen om dat mogelijk te maken? Wat vindt jouw omgeving, je vrienden en je familie daar van? Hoe moeten producten en diensten worden aangepast om jou daar bij te helpen?

Circular life gaat over het ontwikkelen van een manier van bestaan op deze planeet die in principe eindeloos kan worden.

Human Technology


Ben jij nog mens als je lijf voor meer dan 10% bestaat uit kunstmatige onderdelen? En bij 1%? Bij 95%? Wat als die onderdelen voor een deel jouw gedachten en beslissingen bepalen?

Mens en technologie worden steeds meer verweven. Nanorobots bewegen door ons lijf om onze gezondheid in de gaten te houden, ons te genezen en te voeden. Ledematen en organen worden vervangen of verbeterd met robotica, protheses en slimme materialen. Machines simuleren het gedrag en het denken van mensen en overtreffen dat.

Wat betekent dat voor ons bestaan? Bestaan wij straks nog wel? Welke keuzes moeten we hier in maken? Wat betekent het voor mensen die geen toegang hebben tot deze technologie?

Durf jij jezelf nog mens te noemen straks? Durf jij machines mens te noemen? Geven wij ons bestaan op ten gunste van een ‘betere’ levensvorm, of zorgen we dat we zelf 'beter' worden?

Digital Life

Jouw telefoon is krachtiger dan alle computers bij elkaar een paar decennia geleden. De data van de wereld stroomt door dit apparaat. En jij hebt het in je hand. Wat doe jij met zoiets krachtigs?

Van alles wordt altijd en overal data verzameld. Hiermee kunnen nieuwe wereld worden ingebeeld en oneindig veel scenarios gevisualiseerd. Het leven wordt zo een game met oneindig veel levens. Probeer alles voordat je het echt leeft.

Is het gevolg dat we vast komen te zitten in keuze-stress en een overvloed aan keuze-mogelijkheden? Of gaan we leven in een soort van doorlopende feedback lus, ons voortdurend aanpassend aan nieuwe scenarios en gebeurtenissen? Wat betekent het eigenlijk als we algoritmes zo grote invloed laten hebben op het beslissingsproces van onze vrije wil?

Wordt risico iets van het verleden? Zullen we ooit in staat zijn om om te gaan met de onvermijdelijke grenzen van ons bestaan?